top of page

Projectvoorstel 2 – De terugkeer van de tram: nieuwe tramverbindingen tussen Sint-Niklaas, Aalst en Antwerpen

25 sep
6 minuten om te lezen
Een toekomstgericht tramnetwerk voor het Waasland, Dendermonde, de Denderstreek en Antwerpen.

Het voorstel wil de aanleg van twee tramverbindingen opnieuw op de politieke en mobiliteitsagenda plaatsen: L90 tussen Sint-Niklaas en Aalst, en L80 tussen Sint-Niklaas en Antwerpen via de Waaslandhavenregio en Antwerpen-Linkeroever.


1. Probleemstelling – Een regio die nood heeft aan sterke tramverbindingen

De bereikbaarheid van verschillende gemeenten in het Waasland, de Denderstreek en de Antwerpse regio blijft een belangrijk vraagstuk voor inwoners, studenten, werknemers en pendelaars. Veel verplaatsingen gebeuren vandaag met de wagen, terwijl bestaande busverbindingen niet altijd de snelheid, capaciteit of regelmaat bieden die reizigers nodig hebben.


Vooral op verbindingen tussen Sint-Niklaas, Dendermonde, Hamme en Aalst, en tussen Sint-Niklaas en Antwerpen, is het zinvol om de mogelijkheden van hoogwaardig openbaar vervoer opnieuw te onderzoeken.


Daarom willen we twee tramverbindingen opnieuw op tafel leggen. Het gaat om een structurele investering in de mobiliteit van de toekomst, waarbij verschillende steden, gemeenten en woonkernen rechtstreeks met elkaar worden verbonden.


Het project vertrekt vanuit één centrale doelstelling: een betrouwbaar, frequent en toegankelijk openbaarvervoernetwerk ontwikkelen dat zowel kleinere gemeenten als grotere stedelijke gebieden met elkaar verbindt.


2. Lijn 90 – Sint-Niklaas naar Aalst via Dendermonde

De eerste voorgestelde tramlijn is L90, een verbinding tussen Sint-Niklaas en Aalst, met een traject via Elversele, Hamme, Grembergen en Dendermonde, en verder via Gijzegem en Hofstade.


Deze verbinding moet opnieuw worden onderzocht als een mogelijke tramcorridor die verschillende woonkernen met elkaar verbindt en reizigers een alternatief biedt voor verplaatsingen met de wagen.


Voorgesteld traject


Waarom deze tramverbinding onderzoeken?

De verbinding tussen Sint-Niklaas en Aalst kan een belangrijke rol spelen in het verbeteren van de mobiliteit tussen het Waasland en de Denderstreek.


Vandaag zijn reizigers voor verplaatsingen tussen verschillende van deze gemeenten afhankelijk van bus- en treinverbindingen, waarbij de reistijd en het aantal overstappen sterk kunnen verschillen naargelang de gekozen route.


Een tramverbinding kan worden onderzocht als een manier om:

  • de verbinding tussen Sint-Niklaas, Hamme, Dendermonde en Aalst te versterken;

  • de bereikbaarheid van kleinere woonkernen te verbeteren;

  • de overstapmogelijkheden tussen tram, trein en bus te vergroten;

  • scholieren en studenten gemakkelijker naar scholen en campussen te laten reizen;

  • werknemers een alternatief te bieden voor woon-werkverkeer met de wagen;

  • en de vervoersmogelijkheden tussen de verschillende gemeenten beter op elkaar af te stemmen.


De precieze reistijd, frequentie en halteafstanden moeten worden bepaald op basis van een haalbaarheidsstudie en een onderzoek naar het verwachte reizigerspotentieel.


3. Lijn 80 – Sint-Niklaas naar Antwerpen via de Waaslandregio

De tweede voorgestelde verbinding is L80, een tramverbinding tussen Sint-Niklaas en Antwerpen via Melsele, Beveren, Zwijndrecht en Antwerpen-Linkeroever.


Deze corridor moet opnieuw worden onderzocht als een hoogwaardige openbaarvervoerverbinding tussen het Waasland en Antwerpen. Ze kan daarbij de bereikbaarheid van verschillende woonkernen versterken en reizigers een bijkomend alternatief bieden voor de wagen en bestaande busverbindingen.


Voorgesteld traject

Een sterkere verbinding met Antwerpen

Voor inwoners van het Waasland is Antwerpen een belangrijke bestemming voor werk, onderwijs, gezondheidszorg, winkels en ontspanning.


Een tramverbinding kan de bestaande vervoersmogelijkheden aanvullen en de overstap naar het Antwerpse tramnetwerk vergemakkelijken.


Het project wil onderzoeken of een frequente tramdienst tussen Sint-Niklaas en Antwerpen-Linkeroever mogelijk is, met aansluitingen op het bestaande stedelijke openbaar vervoer.


Daarbij moet bijzondere aandacht gaan naar de bereikbaarheid van belangrijke overstappunten, de aansluiting op de Antwerpse premetro en de mogelijkheden om reizigers vlot verder te laten reizen naar Antwerpen-Centraal, het stadscentrum en andere bestemmingen.


Een belangrijk aandachtspunt is dat het traject en de technische aansluiting op het bestaande tramnetwerk zorgvuldig moeten worden onderzocht. Ook de beschikbare ruimte, kruisingen met andere infrastructuur en de eventuele noodzaak van nieuwe traminfrastructuur moeten in kaart worden gebracht.


4. De tram als alternatief voor de wagen

De twee voorgestelde lijnen moeten niet alleen worden beschouwd als afzonderlijke verbindingen, maar als onderdelen van een ruimer regionaal mobiliteitsnetwerk.


Door Sint-Niklaas, Hamme, Dendermonde, Aalst, Beveren en Antwerpen beter met elkaar te verbinden, kan worden onderzocht in welke mate reizigers hun verplaatsingen anders kunnen organiseren.


Een tramverbinding biedt mogelijkheden voor een regelmatige dienstregeling en een grotere vervoerscapaciteit dan veel klassieke busverbindingen. De daadwerkelijke voordelen zijn echter afhankelijk van het gekozen tracé, de infrastructuur, de frequentie en de aansluiting op andere vervoersmiddelen.


Het project wil daarom onder meer inzetten op:

  • een regelmatige dienstregeling tijdens de ochtend- en avondspits;

bruikbare verbindingen buiten de spitsuren;

  • goede aansluitingen op treinen en andere tramlijnen;

voldoende capaciteit tijdens drukke periodes;

  • en een toegankelijke infrastructuur voor mensen met een beperkte mobiliteit.


Het uiteindelijke doel is om reizigers een bijkomende vervoerskeuze te bieden en de regionale bereikbaarheid te verbeteren.


5. Een geïntegreerd netwerk met bus en trein

De aanleg van nieuwe tramverbindingen mag niet los worden gezien van het bestaande openbaar vervoer.


Een tramnetwerk heeft alleen een duidelijke meerwaarde wanneer het goed aansluit op de bus- en treinverbindingen die vandaag al worden gebruikt.


Daarom stellen we voor om bij de uitwerking van L90 en L80 ook de bestaande buslijnen en spoorverbindingen te analyseren.


Aansluitingen op belangrijke knooppunten


De bestaande buslijnen kunnen waar nodig worden aangepast om een betere aansluiting te bieden op de nieuwe tramverbindingen. Daarbij moet worden vermeden dat dorpen die niet rechtstreeks aan het tramtraject liggen, hun bestaande bereikbaarheid verliezen.


De tram moet dus een aanvulling zijn op het regionale openbaar vervoer, en geen reden om kleinere woonkernen zonder alternatief achter te laten.


6. Het project opnieuw op de agenda plaatsen

Een centraal onderdeel van dit voorstel is dat de mogelijkheden van L90 en L80 opnieuw officieel worden onderzocht en besproken.


We willen dat de betrokken overheden en vervoersinstanties de twee verbindingen opnieuw op de agenda plaatsen en nagaan welke mogelijkheden er bestaan om de plannen verder te ontwikkelen.


Daarbij stellen we voor om de volgende stappen te zetten:

1. Een nieuwe haalbaarheidsstudie

Onderzoek naar de technische, ruimtelijke, financiële en vervoerskundige haalbaarheid van beide tramlijnen.


2. Een analyse van de reizigersvraag

In kaart brengen hoeveel mensen zich vandaag tussen de betrokken gemeenten verplaatsen, welke bestemmingen belangrijk zijn en welk reizigerspotentieel een tramverbinding kan hebben.


3. Een onderzoek naar mogelijke tracés

De beschikbare ruimte, bestaande spoor- en weginfrastructuur, mogelijke tramassen en noodzakelijke infrastructuurwerken moeten worden onderzocht.


4. Overleg met de betrokken gemeenten

Sint-Niklaas, Temse, Hamme, Dendermonde, Aalst en de betrokken Antwerpse en Wase gemeenten moeten worden betrokken bij het overleg, samen met de bevoegde vervoersinstanties en de Vlaamse overheid.


5. Een financieel en uitvoeringsplan

Wanneer de haalbaarheid is onderzocht, moet worden bepaald welke investeringen noodzakelijk zijn, hoe de financiering kan worden georganiseerd en in welke fases het project eventueel kan worden uitgevoerd.


7. Financiering en uitvoering

De aanleg van nieuwe tramverbindingen over deze afstanden vraagt aanzienlijke investeringen. De kosten hangen onder meer af van het gekozen tracé, de aanleg van sporen, eventuele kunstwerken, haltes, stelplaatsen, voertuigen en aanpassingen aan bestaande infrastructuur.

Daarom moet de financiële haalbaarheid deel uitmaken van de eerste onderzoeksfase.


Mogelijke financieringsbronnen en samenwerkingsvormen die onderzocht kunnen worden, zijn Vlaamse investeringsmiddelen, bijdragen van betrokken overheden en eventuele andere publieke financieringsinstrumenten waarvoor het project in aanmerking komt.

Ook moet worden onderzocht of de aanleg gefaseerd kan verlopen, zodat afzonderlijke trajecten eerst kunnen worden ontwikkeld wanneer ze technisch en financieel haalbaar blijken.


Er wordt in dit voorstel geen concrete openingsdatum of investeringsbedrag vastgelegd. Die gegevens moeten voortkomen uit een onderbouwde studie.


8. Verwachte resultaten

Met de heropening van het dossier en een grondige haalbaarheidsstudie willen we duidelijkheid verkrijgen over de mogelijkheden om een regionaal tramnetwerk tussen het Waasland, de Denderstreek en Antwerpen te ontwikkelen.


De beoogde resultaten zijn:

  • betere openbaarvervoerverbindingen tussen Sint-Niklaas, Dendermonde, Aalst en Antwerpen;

  • een betere bereikbaarheid van Hamme, Elversele, Grembergen, Gijzegem, Hofstade, Melsele, Beveren en Zwijndrecht;

  • betere overstapmogelijkheden tussen tram, bus en trein;

  • een bijkomend vervoersalternatief voor woon-werk- en schoolverplaatsingen;

  • meer inzicht in de kosten, haalbaarheid en mogelijke uitvoering van beide tramlijnen;

  • en een langetermijnvisie op het openbaar vervoer in de betrokken regio's.


De uiteindelijke impact op reistijden, reizigersaantallen en autoverkeer moet worden vastgesteld aan de hand van het onderzoek.


9. Conclusie – Twee tramlijnen opnieuw op tafel

Met L90 en L80 willen we de discussie over nieuwe regionale tramverbindingen opnieuw openen.


L90 moet de mogelijkheid onderzoeken om Sint-Niklaas en Aalst via Elversele, Hamme, Grembergen, Dendermonde, Gijzegem en Hofstade te verbinden.

L80 moet de mogelijkheid onderzoeken om Sint-Niklaas via Melsele, Beveren, Zwijndrecht en Antwerpen-Linkeroever met Antwerpen te verbinden.

Beide voorstellen vertrekken vanuit dezelfde doelstelling: de bereikbaarheid van steden en dorpen verbeteren door de mogelijkheden van hoogwaardig openbaar vervoer opnieuw grondig te onderzoeken.


Wij willen dat deze twee tramverbindingen opnieuw op tafel worden gelegd, dat de betrokken gemeenten en overheden rond de tafel gaan zitten en dat er een nieuwe haalbaarheidsstudie komt.


De toekomst van het openbaar vervoer in het Waasland, de Denderstreek en Antwerpen verdient een langetermijnvisie waarin ook nieuwe tramverbindingen een plaats krijgen.


L90 en L80: twee voorgestelde tramcorridors, één regionale mobiliteitsvisie.






 
 
bottom of page